Zorgvisie en zorgbeleid

Zorgvisie

Onze zorgvisie bevat een aantal basispijlers. Pijlers waar we ons, als team, aan vasthouden en waar we dagelijks mee bezig zijn. Deze visie toont hoe we zorg binnen onze school zien, en waar we naartoe willen.

Vanuit ons pedagogisch project (cfr PPGO) kiezen we ervoor om krachtig in te zetten op het realiseren van gelijke onderwijskansen.

Door te kijken naar de mogelijkheden en de noden van onze leerlingen is onze zorgvisie steeds in evolutie. Het is een continu cyclisch en dynamisch proces.

Voor het uitwerken van onze visie gaan we uit van de kwaliteitsverwachting uit het Referentiekader voor Onderwijs Kwaliteit (ROK)  : 

De optimale ontwikkeling van alle leerlingen stimuleren en systematisch opvolgen, rekening houdend met de context en kenmerken van de leerlingengroep om een krachtige leeromgeving te creëren en proactieve en preventieve acties te plannen op het vlak van leren en studeren, onderwijsloopbaan, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg.

'Elk kind is anders. Elk kind leert anders. Elk kind heeft recht op zorg. Sommige kinderen vragen meer zorg dan anderen.'

Als schoolteam vinden we het belangrijk dat elk kind zich goed voelt en graag naar school komt.  Binnen een veilige en geborgen sfeer besteden we aandacht aan de eigenheid van elk kind.  We hebben oog voor de talenten van de kinderen, maar houden ook rekening met de noden van eenieder.  Op die manier ondersteunen we een kind in zijn leer- en groeiproces.

Dit alles stelt ons voor de boeiende uitdaging om antwoorden te formuleren op hun specifieke hulpvragen. Het zorgbeleid vormt een voortdurende afstemming tussen het pedagogisch-didactische aanbod en de behoeften van de leerlingen.

Om de visie op het zorgbeleid (verder) uit te bouwen, is overleg een onmisbare factor.

Belangrijk is dat het schoolteam gelijkgericht werkt. Differentiatie is een belangrijk uitgangspunt om tegemoet te komen aan de noden en de mogelijkheden van de kinderen.  Om doelgericht te werken is het noodzakelijk de beginsituatie van de leerlingen te kennen.  Dit is van belang om de doelstellingen, de leerinhouden, de werkvormen, de groeperingsvormen, … af te stemmen op deze beginsituatie.

De basisopdracht van elke school is dat alle leerlingen zich ten volle kunnen ontplooien door binnen de school een leeromgeving te creëren waarbij via diverse werkvormen op een positieve manier wordt omgegaan met de diversiteit tussen de kinderen en waarbij er een uitdagend leer- en leefklimaat gecreëerd wordt voor alle kinderen.

Naast deze algemeen geldende doelstelling vindt het schoolteam het belangrijk dat er een structurele aanpak is voor kinderen met leer- en ontwikkelingsmoeilijkheden. Planmatig en gelijkgericht werken aan een zorgzame school kenmerkt een zorgbrede school:

  • Alle kinderen optimale kansen geven;
  • Alle kinderen gelijkwaardig doch niet gelijkaardig benaderen;
  • Alle kinderen vanuit hun eigen mogelijkheden laten ontwikkelen;
  • Kinderen die risico’s lopen in hun ontwikkeling of die in hun leertijd bedreigd zijn, tijdig opsporen, begeleiden en opvolgen.

Door een gedifferentieerde aanpak en een specifieke benadering stemmen wij ons onderwijs af op de zorgvragen en noden van onze kinderen. Dit vanuit onze context, onze draagkracht en instroom. De uitbouw van ons zorgbeleid is een opdracht voor het ganse team. Het is een gedeelde zorg.

Door coördinatie vanuit het zorgteam en regelmatig teamoverleg, door ondersteuning, nascholingen en door kansen te grijpen om deskundiger te worden, kan in onze school de zorgcultuur verder groeien.

We werken nauwgezet samen met ouders, het CLB, Ondersteuningsnetwerk (ONW), pedagogisch begeleiders, externe hulpverleners en uiteraard de leerling zelf.

Vanuit een positief klasklimaat tracht het leerkrachtenteam de kinderen ondersteuning op maat te geven zodat zoveel mogelijk kinderen de eindtermen kunnen behalen. We zijn er ons van bewust dat een kind pas tot leren komt wanneer het zich goed voelt. Kinderen moeten kansen krijgen om hun talenten te ontdekken en ze ook te benutten. De principes van Handelingsgericht werken (HGW) vormen de leidraad :

  1. onderwijsbehoeften staan centraal
  2. de leerkracht doet ertoe
  3. constructief samenwerken
  4. wisselwerking en afstemming
  5. positieve kenmerken zijn belangrijk
  6. doelgericht werken
  7. systematisch en transparant

 

Zorgbeleid

Het uitvoeren van het zorgbeleid gebeurt op 3 niveaus, waarbij een geïntegreerde aanpak centraal staat. 

Schoolniveau: zorginitiatieven op niveau van de school (en scholengemeenschap) :

We vinden het belangrijk een zorgbeleid te ontwikkelen vanuit een door het schoolteam gedragen visie en gezamenlijke doelgerichtheid. Stimuleren van ouderbetrokkenheid en zorgen voor een transparante communicatie met de ouders is hierbij een belangrijk aandachtspunt.

De zorgcoördinator coördineert het zorgbeleid. 

  • Zij is het aanspreekpunt voor elke zorgvraag van zowel leerlingen, leerkrachten, ouders, externe hulpverleners, …
  • Zij weet wat de vooropgestelde doelen zijn en op wie men daarvoor beroep kan doen, zowel intern als extern.
  • Zij organiseert overlegmomenten met collega’s rond het voorkomen en aanpakken van hulpvragen en probleemgedrag.
  • Zij verzorgt de brugfunctie naar het CLB dat de school begeleidt.
  • Zij verzorgt de communicatie en onderhoudt een goede samenwerking met ONW-ondersteuners, externe partners, ouders. 
  • Zij volgt de nodige navormingen en zorgt ervoor dat inhouden doorgegeven of toegankelijk gemaakt worden.
  • Zij is tevens verantwoordelijk voor het (helpen) afnemen, (helpen) invoeren, analyseren en bespreken van testen. Ook het koppelen van de nodige acties aan de resultaten neemt de zorgcoördinator, weliswaar in overleg met de klasleerkracht, voor haar rekening.
  • De zorgcoördinatoren van Scholengroep Brussel komen op regelmatige basis samen tijdens netwerkvergaderingen. Binnen deze vergaderingen is er ruimte om ieders specifieke zorgwerking toe te lichten, kennis te delen, zorginitiatieven van elkaar te bekijken, zorgmaterialen met elkaar uit te wisselen.

Leerkrachtniveau: het ondersteunen van de (klas)leerkracht

Het is niet voldoende om doelstellingen te formuleren op schoolniveau. Het is immers de leerkracht zelf die elke les opnieuw acties en initiatieven moet ontwikkelen om het zorg- en gelijke kansen beleid gestalte te geven. Daarom moet de leerkracht handelingsbekwaam/bekwamer gemaakt worden, wil hij/zij kunnen omgaan met de verschillende aspecten van diversiteit tussen leerlingen.

Omgaan met klasscreenings, observatiesystemen, leerlingvolgsysteem, gesprekken met kind/ouders/collega’s… zijn belangrijke items om tot een goede en totale beeldvorming te komen.  Steunend op de analyse van deze gegevens zullen we een passend en doeltreffend zorg- en gelijke kansen beleid voor de klas kunnen uitbouwen.

We coachen de leerkracht, bij voorkeur in zijn/haar eigen klas, in het gebruik van didactische suggesties, in het observeren, in het samenwerken, in het remediëren en differentiëren. Door deze coaching beogen we om het lesgeven als dusdanig te organiseren dat alle leerlingen, met hun verschillen, zo veel mogelijk kansen krijgen.

Leerlingniveau: het begeleiden van de leerling

Rekening houdend met de mogelijkheden en beperkingen van leerlingen in de klasgroep stemmen we onze klaspraktijk hierop af.  Waar de onderwijsbehoeften elkaar raken, wordt gewerkt met groepsaanpakken.  Daarnaast dient er aandacht te zijn voor het begeleiden van individuele leerlingen en hebben we aandacht voor het uitvoeren van een individuele planmatige aanpak, individuele remediëring bij hardnekkige leerproblemen (rekenen, schrijven en lezen), training van de basisvaardigheden, stimuleren van motorische vaardigheden, de aanpak van gedragsproblemen,... Dit gebeurt vaak vanuit een specifieke deskundigheid.

 

Leerlingenbegeleiding

Hieronder beschrijven we de manier waarop onze school het leren van kinderen ondersteunt om de vooropgestelde doelen te bereiken of na te streven.

Centraal in onze leerlingenbegeleiding staat dat het team alle mogelijke middelen inzet om bij elk kind maximale leerwinst te realiseren.

Zowel preventie als remediëring spelen een belangrijke rol in onze zorgaanpak.  De nadruk ligt in eerste instantie op preventie. Door te focussen op de brede basiszorg in de klas vermijden we dat problemen ontstaan of leren we heel snel problemen te detecteren.

Omgaan met verschillen tussen leerlingen en daarop hun onderwijsproces afstemmen, vraagt differentiatie. We hanteren zowel vormen van divergente differentiatie (remediërende differentiatie zoals ‘bijwerkmomenten’, aangepaste ondersteuning door SES-leerkracht, klasinterne/klasexterne ondersteuning,…) als van convergente differentiatie (preventieve differentiatie zoals pré-instructie, verlengde instructie,…) In onze basisaanpak opteren we voor het convergerende model, met de nadruk op preventie.

De organisatie van onze leerlingenbegeleiding is gebaseerd op een dynamisch zorgcontinuüm.

z

De school streeft ernaar dat leerlingen zich slechts tijdelijk in een hogere fase van zorg bevinden en volgt dit regelmatig op, ook op schoolniveau. Ze stelt alles in het werk om een leerling zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de groep en streeft ernaar dat hij/zij de leerplandoelen bereikt.

 

Fase 0 : Brede basiszorg

De brede basiszorg vormt het grondbeginsel van de zorgpiramide. Om elke leerling optimale groeikansen te geven, plaatsen we de onderwijsbehoefte van elk kind centraal.

Binnen fase 0 speelt de klasleerkracht een cruciale rol. De leerkracht stimuleert de ontwikkeling van de leerling via een krachtige leeromgeving.

Door preventief te werken, proberen we ook heel wat moeilijkheden te voorkomen. We versterken wat goed gaat, om te werken aan wat minder goed gaat. Door te differentiëren in een gestructureerde aanpak op vlak van tempo, moeilijkheidsgraad en inhoud biedt de leerkracht eerstelijnshulp binnen de klas. Werken volgens het viersporenbeleid is ingeburgerd in iedere klas.

Een veilig pedagogisch klimaat houdt ook rekening met de verschillen tussen leerlingen. Het gaat daarbij niet alleen om verschillen in culturele achtergronden, maar ook om verschillen in fysieke en psychologische ontwikkeling, verschillen in motivatie, leerstijlen, leervermogen en talenten.

Ontwikkelingen en resultaten van leerlingen worden regelmatig en nauwgezet in kaart gebracht.  Via observatie, toetsen, foutenanalyses, rapporten, leerlingvolgsysteem…heeft de leerkracht zicht op de vorderingen en kan indien nodig snel ingegrepen worden.

Reeds vanaf fase 0 worden alle maatregelen in het kader van zorg transparant met de ouders tijdens een oudergesprek besproken.

Op schoolniveau wordt preventief aan deze basiszorg gewerkt door het uitwerken van leerlijnen, visieteksten, acties,… 

Concrete voorbeelden van preventieve basiszorg op klasniveau :

  • Rekening houden met de verschillen tussen kinderen naar interesse, mogelijkheden en tempo 
  • De zelfstandigheid van elk kind ondersteunen  
  • Het betrekken van kinderen in het onderwijsaanbod 
  • Integratie bevorderen bij overgangen  
  • Handelen vanuit een verbindende leerkrachtstijl 
  • Ouders beschouwen als partner in het leer- en ontwikkelingsproces van hun kind(eren) 
  • Waardering opbrengen voor de culturele en sociale achtergrond van elke kind 

 

Fase 1 : Verhoogde zorg

Structurele en preventieve maatregelen uit de fase van brede zorg volstaan soms niet (meer) of slechts gedeeltelijk om aan de onderwijsbehoeften van één of meerdere leerlingen tegemoet te komen, zowel voor sterkere kinderen als voor kinderen die moeilijker leren.

Voor leerlingen met specifieke zorg voorziet de leerkracht verhoogde zorg. Bij voorkeur proberen we deze zorg te organiseren binnen de klascontext. Het zorgteam gaat hierbij ondersteunen. Zowel de leerlingen als de ouders worden gezien als ervaringsdeskundigen en worden dan ook nauw betrokken.

Tijdens deze fase wordt er vaak ook al samengewerkt met het CLB, voornamelijk om de leerling met specifieke onderwijsbehoeften van dichtbij op te volgen, specifieke interventies uit te werken en met de klasleerkracht te overleggen. De leerling blijft tijdens deze fase nog steeds zo veel mogelijk meedraaien in de klas. De onderwijsbehoefte van de leraar wordt besproken.

We observeren en analyseren de onderwijsbehoeften. We houden rekening met sterke leermomenten en bekijken hoe we deze kunnen vergroten of bereiken. We kijken naar de noden van de leerling. De leerkracht blijft de spilfiguur, maar wordt ondersteund door het zorgteam.

Het differentiëren gebeurt veel gerichter. Voor sommige leerlingen of groepjes leerlingen zal er extra gestimuleerd, geremedieerd of gecompenseerd worden.

Concrete voorbeelden van verhoogde zorg op klasniveau: aanreiken van gepaste maatregelen (voornamelijk remediërend en compenserend), inschakelen van ondersteunende software zoals Sprint, organiseren van hoekenwerk en contractwerk met het oog op het remediëren van de leerachterstand, organiseren van verdiepingsuren met verrijkende materialen en educatieve spellen,…

Acties op schoolniveau: uitwerken SES-plan, uurroosters SES-leerkrachten en zorgcoördinator opmaken op basis van noden per klas, vast ingeroosterde overlegmomenten, het ondersteunen van SES-leerlingen (individueel of in kleine groep) door de SES-leerkracht/ZC, klastitularis blijft eerstelijnsverantwoordelijke, opmaak begeleidingsfiches/LVS, zorgteamvergaderingen, regelmatig evalueren/bijsturen SES/zorguren op basis van noden,…

 

Fase 2 : Uitbreiding van zorg

Voor sommige leerlingen volstaat de verhoogde zorg niet meer.  Wanneer we merken dat de begeleiding van een leerling in de schoolse situatie dreigt vast te lopen, de inspanningen van de school/leerling/ouders onvoldoende resultaat opleveren en we versterking nodig hebben, schakelen we over naar fase 2 van het zorgcontinuüm.  Er is immers nood aan bijkomende inzichten in de onderwijsleersituatie.

Samen met het CLB bekijken we welke stappen er verder kunnen gezet worden. Alle betrokken partijen (ouders/leerling/leerkrachten/externen, …) kunnen hun bezorgdheden uiten en problemen melden.

Veelal is er in deze fase sprake van handelingsgerichte diagnostiek, waardoor er eventueel een diagnose kan gesteld worden. Op basis van de adviezen uit het diagnostisch traject bepalen de leerkracht en het zorgteam de individuele aanpak. We bekijken wat haalbaar is in de klas en daarbuiten. We overleggen met het CLB en eventuele externe hulpverleners worden ook betrokken. (logopedisten, kinesisten, psychologen, revalidatiecentra, geïntegreerd onderwijs.)

Er dient voor de leerling een planmatige aanpak te worden opgesteld.

Naargelang de noden gaan we stimulerende, remediërende, compenserende en/of dispenserende maatregelen nemen.  Het vastleggen van deze maatregelen gebeurt steeds in overleg met de betrokken partijen. Iedereen krijgt ook een overzicht van alle maatregelen die tijdens het overleg werden vastgelegd.

Soms gaan we over tot het opstellen van een aangepast traject en wijken we af van het curriculum (curriculumdifferentiatie).  We zetten dan stappen terug of vooruit binnen de leerplannen van het GO! Wanneer dit niet voldoet kunnen voor een leerling bepaalde onderdelen gedispenseerd worden. (Dispenseren = vrijstellen van doelen uit de leerplannen omdat de leerling deze niet kan bereiken en vervangen door gelijkwaardige doelstellingen)

Curriculumdifferentiatie en dispenseren zijn twee vormen van divergente differentiatie : het kind wordt op maat en in een apart traject begeleid.

Dispenseren heeft als doel dat de leerling het getuigschrift basisonderwijs behaalt, al dan niet met uitstel of versnelling naar het vervolgonderwijs.

Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften kan zittenblijven, een vervroegde overstap naar 1B of schoolloopbaanversnelling overwogen worden. Het belang van de leerling staat steeds voorop. Zittenblijven is alleen zinvol wanneer de onderwijsbehoeftes van een leerling nagenoeg volledig samenvallen met het onderwijsaanbod van de klas die net werd doorlopen. We proberen zittenblijven kost wat kost te vermijden.

De schoolloopbaan versnellen doen we ook alleen op basis van duidelijk vastgestelde onderwijsbehoeftes.

In bovenstaande situaties doorlopen we steeds een diagnostisch traject in samenwerking met het CLB, organiseren we constructieve contactmomenten met ouders en leerling en overleggen we het besluit binnen de klassenraad.

Concrete voorbeelden van uitbreiding van zorg: informeren over specifieke leerstoornissen in functie van professionalisering, MDO/permanentie met het CLB, overleg met externe hulpverleners (o.a. Ondersteuningsnetwerk), regelmatig tussentijds overleg/nauwe samenwerking met de ouders (buiten de geplande oudercontacten), uitschrijven van handelingsplannen, deskundigheid van externe hulpverleners benutten en toepassen in de klas, opvolgen van buitenschoolse hulp, extra ondersteuning bieden in de klas…

 

Fase 3 : Individueel aangepast curriculum (IAC)

Soms leveren onze inspanningen niet altijd het gewenste resultaat: er is geen evolutie meer merkbaar, de ontwikkeling stagneert, de leerling functioneert niet beter, het welbevinden van de leerling komt in het gedrang of de draagkracht van de school wordt overschreden.

In dergelijke situaties dringt het zich soms op om af te stappen van het gemeenschappelijk curriculum en over te gaan naar een Individueel Aangepast Curriculum op onze school.  Dit kan alleen na het uitschrijven van een verslag door het CLB. (attest + verantwoordingsprotocol)

Men kan er ook voor kiezen om de overstap naar een andere school te maken die beter kan inspelen op de behoeften van de leerling. Dit kan een gewone school of een school voor buitengewoon onderwijs zijn. Vooraleer we overgaan tot een dergelijk advies dienen alle voorgaande stappen doorlopen te zijn.Dit advies mag nooit onverwacht komen. We gaan hierbij samen op weg: ouders, leerkracht, leerling, zorgteam, directie en CLB.

Het doel van het IAC is de leerling zover mogelijk krijgen in zijn ontwikkeling.  Het behalen van een getuigschrift is niet de eerste prioriteit, maar is niet uitgesloten.

 

Voorzieningen in het gewoon onderwijs voor leerlingen met een beperking of die leerbedreigd zijn, inclusief de samenwerkingsvormen met andere scholen van gewoon en/of buitengewoon onderwijs.

Materiële toegankelijkheid van onze school:

  • De schoolgebouwen zijn toegankelijk voor leerlingen met een handicap.
  • De speelplaatsen zijn makkelijk bereikbaar voor rolstoelgebruikers.
  • Het opvang- en kleutergebouw zijn toegankelijk en uitgerust voor rolstoelgebruikers.  Het gebouw van de lagere school nog niet.  Bij de renovatiewerken wordt dit mee in rekening gebracht.
  • Er is op school geen lift aanwezig.

Pedagogische toegankelijkheid:

  • De school zorgt voor overdrachtsgegevens van de leerlingen en een leerlingvolgsysteem.
  • Elke klasleerkracht zorgt voor differentiatiemogelijkheden en aangepast hoeken- en contractwerk.
  • Binnen de verhoogde zorg kunnen leerlingen gebruik maken van maatregelen opgesteld op basis van de noden.
  • Om het onderwijs aan leerlingen met een handicap te stimuleren, is communicatie belangrijk. We organiseren op regelmatige basis overleg met externe partners.
  • De school zal ook aandacht besteden aan eventuele professionalisering om meer zicht te krijgen op een bepaalde problematiek.

Samenwerken met externen:

  • GO! CLB Brussel
  • BuBao Kasterlinden
  • Ondersteuningsnetwerk
  • verschillende revalidatiecentra Brussel
  • verschillende logopedisten Brussel
  • verschillende groepspraktijken Brussel
  • ...