Antipestbeleid

Binnen ons zorgbeleid krijgt het anti-pestbeleid een belangrijke plaats. Beiden zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Er is veel inzet en betrokkenheid noodzakelijk om de zorg voor dit thema niet te laten verslappen. Korte, eenmalige inspanningen leiden immers vaak tot niets, tenzij tot nog meer frustratie. Een duurzame verankering in het zorgbeleid is een absolute vereiste om acties en incidentgerichte tussenkomsten succesvol te laten zijn.

We kiezen er bewust voor om het antipestbeleid om te buigen tot een respectbeleid. We verlaten hierdoor een negatief geladen benaming en vertrekken zo veel mogelijk vanuit het positieve.

We stellen duidelijke grenzen aan onze kinderen en geven hen handvaten hoe het wel kan en moet. Hiervoor werkten we met de kinderen een project uit “Wij zeggen nee tegen OUP” (Onbeleefd zijn, Uitdagen en Pijn doen)

 

Visie

Het opvoedingsproject van onze school stelt duidelijk dat we binnen onze school de ruimte en sfeer willen scheppen waarin elk kind harmonisch kan openbloeienWe willen ethische waarden zoals respect, verdraagzaamheid en luisterbereidheid nastreven, zowel bij de leerlingen als bij de teamleden.

Van het schoolteam wordt een correct voorleven verwacht met respect voor elkaarWe durven dit dan ook van onze kinderen verlangen.

Groepsactiviteiten op school moeten de ontwikkeling van de sociale ingesteldheid bevorderen: luisteren naar elkaar, verdraagzaam leren zijn, delen met anderen, gelijkgerichtheid nastreven, vlot communiceren met anderen, ruzies leren oplossen, …

Wanneer het toch eens mis gaat, wil de school ingrijpen en zijn rol als opvoeder opnemen.

We willen luisteren naar de betrokken leerlingen en in dialoog met elkaar tot oplossingen komen. Samen met de (vertrouwens)leerkracht, de directie en het zorgteam wil de school zijn verantwoordelijkheid opnemen.

We willen niet meteen bestraffend optreden, maar alle partijen aan het woord laten. We willen het verhaal achter het gedrag kennen. Samen met de leerlingen moet soms een weg worden afgelegd.

Een open communicatie met ouders rond moeilijkheden en mogelijkheden kan dan vaak niet worden weggedacht.

 

Belangrijke pijlers in het omgaan met pesten

Communicatie

Alle betrokken partijen zien het pesten als een probleem.

Educatie

  • De inzet van de school moet zich richten op preventie. De leerkrachten passen een aantal preventieve maatregelen en aanpakken toe.
  • Vanuit nascholing/achtergrondinformatie dient de leerkracht het pestgedrag te signaleren.

Zorgaanbod

  • De school neemt duidelijk stelling tegen pestgedrag.
  • Het antipestbeleid is een duidelijke leidraad, waardoor de school over een degelijk onderbouwde aanpak beschikt:
  • De niet-confronterende methode (bij onderhuids pesten)
  • De confronterende methode (bij zichtbaar pesten)
  • Hulp aan het gepeste kind (informatiegesprekken, trainen van sociale vaardigheden)
  • Hulp aan de pester (gesprekken voeren, ouders betrekken, indien noodzakelijk inschakelen CLB)

 

Werkwijze op onze school

Allereerst zet de school sterk in op preventie. Indien pesten zich toch voordoet, zorgt de school voor goede opvangmogelijkheden.

Daarnaast beschikken we als school over gepaste maatregelen en acties om pestende leerlingen op een beter spoor te krijgen. Tevens is er voor de betrokken leerlingen een gepast opvolgings- en nazorgtraject voorzien.

Klachten omtrent pestgedrag worden steeds ernstig genomen.

Preventieve maatregelen

  • Elke klasleerkracht bespreekt bij aanvang van het schooljaar de algemene afspraken en regels in de klas. Het onderscheid tussen pesten en plagen wordt hierbij genoemd en onderscheiden. Ook wordt duidelijk gesteld dat pesten altijd gemeld moet worden. Er worden tips aangeboden en informatie verspreid. De pestbrievenbus wordt o.a. toegelicht, alsook de functie van juf Veerle als vertrouwenspersoon voor alle kinderen.
  • Op regelmatige tijdstippen wordt een informatiebrochure verdeeld aan de ouders. Hierin wordt het onderscheid gemaakt tussen pesten, ruziemaken en plagen.  Ook wordt er vermeld wat er dient te gebeuren indien hun kind gepest wordt of zelf pest.
  • ​​De aankoop van didactische materialen om het anti-pestbeleid te ondersteunen.
  • Er worden regelmatig acties ondernomen om het anti-pestbeleid in de verf te zetten vb. slogans of affiches tijdens week tegen pesten,…
  • Werken met bravokaarten : positief gedrag van leerlingen benoemen.
  • Werken aan sociale vaardigheden met ‘Ben Correct’, ‘Onze klas, Ons team’,…

Vanuit een opvanggesprek willen we:

  • Het slachtoffer even stoom laten afblazen in een gesprek.
  • Zicht krijgen op de complexiteit van de probleemsituatie (d.m.v. een vraaggesprek)
  • Peilen naar de verwachtingen.
  • Voorrang geven aan het gesprek met het slachtoffer.
  • Ouders informatie verschaffen.
  • Slachtoffers laten weten dat ze terecht kunnen bij een vertrouwenspersoon. Dit kan bv. gaan om de klasleerkracht, de vertrouwensleerkracht, de zorgcoördinator, de directeur.

Aanpak van de pester(s):

  • Pestgedrag vraagt een tussenkomst om het ongewenst gedrag aan te pakken.
  • We confronteren hierbij de leerling met het negatieve gedrag.
  • We laten duidelijk merken dat dit gedrag niet getolereerd wordt.
  • We hanteren zo mogelijk de ‘no-blame’-aanpak.
  • Vanuit deze gesprekken verschaffen we ouders de nodige feedback.

Opvolgings- en nazorgtraject :

  • We gaan na of het ongewenste gedrag effectief gestopt is.
  • Indien noodzakelijk kan er beroep gedaan worden op extra ondersteunende begeleiding :
  • Verwerking van de gevolgen van pestgedrag.
  • Vergroten van de weerbaarheid.
  • Leren controleren van agressieve gedragingen en het leren inschatten van grenzen.

 

Door observatie, onderzoek en in overleg met ouders, vertrouwensleerkracht, directie en zorgcoördinator trachten we steeds een oplossing te vinden voor elk probleem.